|
|
|
  Klipperrace 2005
Driestedenrace over nevelig IJsselmeer gewonnen door Nooit Volmaeckt en Daedalus.
Elk jaar wordt op het IJsselmeer de Enkhuizer Klipperrace verzeild. Na meer dan dertig jaar is de wedstrijd uitgegroeid tot een soort nationaal kampioenschap klipperzeilen. Dit jaar streden 46 traditionele zeilschepen om de Zilveren Klipper, de Zilveren Schaal, het Zilveren Logboek en de Zilveren Haring.door Peter Fokkens Het is zaterdagochtend 8 oktober. Om zeven uur is de Gependam in Enkhuizen, waar de zesenveertig deelnemende klippers zich verzameld hebben, nog een oase van rust. Alles is nat, het Krabbersgat is in een dichte nevel gehuld. Maar ergens klinkt lawaai. Het is het jankende geluid van een snoerloze haakse slijper, waarmee op één van de schepen nog iets wordt gefine-tuned. Hier en daar steekt iemand een slaperig hoofd boven dek, om daarna weer snel te verdwijnen. De mist belooft niet veel goeds. Er staat niettemin een matige wind uit het zuidzuidwesten. Er kan dus gezeild worden, en om acht uur hebben zich dan ook een kleine vijftig mannen en vrouwen in de grote zaal van de Nieuwe Doelen verzameld voor het palaver. Het wedstrijdcomité deelt mee dat de start mogelijk uitgesteld wordt vanwege de mist, maar als er gestart wordt, zal de korte baan gevaren worden. Duizend vierkante meter zeil Een uur later liggen de schepen voor anker in het Krabbersgat, dat met deze wind ruim bezeild is. Dat betekent spektakel, want de laatste jaren hebben de snellere schepen goed geinvesteerd in bijzeilen.Vóór de start maakt wedstrijdleider Jan Verjaal over de marifoon bekend dat de snellere A-klasse de lange baan dient te varen. Er wordt toch wat meer wind verwacht. De nevel zal naar verwachting net voldoende optrekken om de vereiste 1000 meter zicht te geven, zodat er normaal gestart wordt. Als het startschot klinkt worden er op de Waterwolf en de Eensgezindheid pijlsnel zoveel mogelijk zeilen gehesen. La Bohème lijkt het wat rustiger aan te doen, maar door zijn kleinere maat is dit schip wendbaarder en ligt het eerder op snelheid, zodat Leon van der Loo als eerste het Krabbersgat uitspeert, met broer Frans aan het roer. Terwijl de Vliegende Draeck en de Elegant nog bezig zijn te draaien, denderen de Eensgezindheid en de Waterwolf ook naar buiten, achter de La Bohème aan. Op de Waterwolf staat dan al bijn 1000 m2 zeil op, met twee bezaanstengestagzeilen boven elkaar en een reusachtige halfwinder van spinnakerachtige proporties, zodat het schip van boven bijna lijkt te ontploffen in een wolk van zeilen. Ook Peter van Weelderen trekt er op de Eensgezindheid een paar stagzeilen en een enorme halfwinder bij. Omdat La Bohème, Eensgezindheid en Waterwolf wel tussen de langzamere schepen en de strekdam van het krabbersgat door moeten om naar buiten te komen, komen de Elegant en de Vliegende Draeck in het nauw. Gatse van der Velde op de Elegant start de motor en slaat hard vooruit om vrij te blijven van de Vliegende Draeck, die zonder hulpvermogen net vrij blijft van de Eensgezindheid. Jelte Toxopeus is dan met de Waterwolf al voorbij en loopt in op Leon van der Loo, die aan die ene mast niet erg veel extra's kan hijsen en het moet doen met een grote halfwinder en een waterzeil. Voor de snelle jongens uit ligt inmiddels een heel veld van volgetuigde schepen, die verderop in het Krabbersgat lagen en dus ook eerder weg zijn. Het levert beelden op waarover de nieuwe hoofdsponsor TCN, de vereniging van charterkantoren, tevreden kan zijn. De TCN heeft zich, na aanvankelijke onzekerheid over de sponsoring van het evenement, gecommitteerd voor de komende drie jaar, zodat de Enkhuizer Klipperrace weer tot en met 2007 zeker gesteld is. En terecht, want met dit evenement haalt de TCN een vorm van promotie van haar product binnen die zijn weerga niet kent. Routekeuze Omdat de langzaamste schepen het dichtst bij het poortje aan het einde van het krabbersgat liggen, is de Anna Trijntje als eerste weg. Schipper Stephan van der Valk kiest voor de route naar Medemblik en wordt gevolgd door de Vriendschap, de Ebenhaëzer en de Vrouwe Frida Cornelia. Erik Hulsman van de Amore Vici denkt dat Stavoren een betere keuze is en kiest een wat noordelijker koers. Ook de Tsjerk Hiddes en de Onrust gaan die kant op. De Strijd is het eerste schip dat kiest voor de route over Urk. Daar gaat ook de Waterwolf naar toe. Misschien omdat ze er geen zin in hebben om achter Toxopeus aan te varen, draaien de Eensgezindheid en de La Bohème naar het Noorden. Op die koers, waar ook de Daedalus, de Zwarte Bonsem en de Mijdt Spijt zich bevinden, liggen de schepen ver uit elkaar. Richting Urk zeilt een hele trein klippers, waarbij de schepen uit de B- en de A-klasse door elkaar heen liggen. Achter de Strijd komen de Willem Jacob, Bontekoe en Grootvorst, met direct daarachter de Nooit Volmaeckt. De Waterwolf komt daarna als eerste schip uit de A-klasse. Wat verderop in het veld bevinden zich de Stella Maris, Bree Sant en de Welvaart. De velden die kiezen voor Medemblik en Urk zijn ongeveer even groot. Het blikveld blijft klein. De nevel trekt niet echt op. Hoewel het zicht wel verbetert tot een mijl of twee, is dat op zee niet veel. De westrijdvelden zijn dan ook moeilijk te volgen. Jan van Aartrijk is met de eenmast Avontuur de eerste die het merkteken bij Stavoren rondt. Hij loeft direct op naar Urk, gevolgd door de La Bohème. Henk Huizinga heeft kennelijk geen zin om hem te volgen en stuurt de Daedalus naar Medemblik. Hier komt het unieke karakter van de Driestederace weer eens goed tot uiting: de schippers kiezen voor totaal verschillende banen, ook al zijn de omstandigheden voor allen gelijk. Niet alle schepen presteren echter op dezelfde koersen optimaal, en het gaat er dus om de koersen te kiezen die het best aansluiten op de kwaliteiten van schip en bemanning. Windschifting in de mist Slechts een klein deel van de schippers kiest voor de combinatie Stavoren-Urk. Verreweg het grootste deel neemt Medemblik op in de route, in de verwachting dat bij de aanvankelijk ZZW wind het stuk van Medemblik naar De Ven nog volledig bezeild zal zijn. Dat pakt echter anders uit.Bij de Wagenpad 12, het merkteken bij Medemblik, komt de Willem Jacob als eerste om de boei, gevolgd door de Nooit Volmaeckt. Even later komen de Strijd en de Bontekoe uit de nevel tevoorschijn. Het is kennelijk zoeken voor de schepen. De Nil Desperandum volgt richting boei een veel te lage koers, die pas als de ton in zicht komt wordt gecorrigeerd. Gelukkig is de ton dan nog bezeild. De wind draait echter nu iets naar het zuiden, en is even later zelfs ZZO, en verder afgenomen. De Vriendentrouw zeilt op de terugweg naar Enkhuizen te laag en moet omhoog gaan kruisen om het vogeleiland De Kreupel vrij te varen. Niet voor alle schepen is het dus bezeild op de terugweg, en zeker het stuk van De Ven naar Enkhuizen kan nog even kruisen worden. De keuze van de wedstrijdcommissie om de twee klassen verschillende banen te laten zeilen pakt goed uit. Het B-veld blijft nu erg lang voor op het A-veld, wat de levendigheid van de wedstrijd ondanks de nevel zeer ten goede komt.Wat verderop, bij de WP 8, het merkteken van de lange baan, komen de Daedalus en de Onrust op enige afstand van elkaar om de ton, gevolgd door de Vriendentrouw. Hun schippers hebben allen de route over Stavoren gekozen en dat blijkt verstandig, want de Waterwolf komt pas even later om de boei, gevolgd door de Bree Sant, Broedertrouw, tweemast Avontuur en Vliegende Draeck. Jelte Toxopeus heeft aardig moeten inleveren op de concurrenten, toen op het rak van Urk naar Medemblik de grootzeilgaffel brak. Aan boord van de Waterwolf is echter altijd wel een extra paal voorhanden om een genua of halfwinder uit te bomen. Vliegensvlug wordt het zeil gestreken, de gebroken gaffel gedemonteerd en de halfwinderboom langs het stuk waar de gaffelklauw nog aanzit, gespalkt. Een klein half uur later is de Waterwolf weer in de race. De pret is echter niet van lange duur. Nog op weg naar Medemblik zakt de wind er langzaam uit. Er komt een mager zonnetje door, maar de nevel blijft. Het maakt de wedstrijd er niet spectaculairder op; alleen het weinige zonlicht op de alsmaar langzamer uit de nevel opdoemende schepen zorgt voor onwerelds mooie beelden, die door de door hoofdsponsor TCN met élan en een goed gevoel voor promotie opgetrommelde pers met gretigheid worden vastgelegd. De TCN is bovendien zo goed geweest om voor haar relaties het voormalige stoomschip Hydrograaf naar Enkhuizen te halen. De beelden van het heiïge IJsselmeer, met de traditionele zeilschepen en dit authentieke motorschip op de achtergrond, zorgen voor een harmonisch historisch beeld dat af en toe etherische proporties aanneemt. Windwak voor Urk De schippers op de schepen zal al die schoonheid echter worst wezen, zolang het betekent dat er geen wind meer is om te zeilen. Doen de schepen er gemiddeld anderhalf uur om van Enkhuizen naar Urk te komen en twee en een half uur om voor Stavoren te belanden, over het stuk van Medemblik naar Enkhuizen doet iedereen aanzienlijk langer, terwijl de afstand niet veel groter is. De Avontuur en de La Bohème, die bij Staveren nog zeer goede doorkomsttijden noteren, komen bij Urk in een formidabel windwak te liggen. De Eensgezindheid, die dezelfde route kiest, is aanzienlijk later bij Stavoren en houdt nog even wind. Daedalus komt ruim drie kwartier na de Avontuur van Jan van Aartrijk bij Stavoren om de ton, maar kiest dan voor Medemblik. Dat blijkt verstandig. Terwijl Leon van der Loo op de La Bohème met lede ogen de Eensgezindheid dichterbij ziet komen, terwijl hijzelf volledig stil ligt, maakt Daedalus zijn naam waar en blijft vliegen. De voorhoede in de B-klasse profiteert echter nog meer van de wegvallende wind. Weliswaar komen ook de Nooit Volmaeckt, de Strijd en de Willem Jacob nog bij De Ven in de doldrums; voor hen blijft de wind net lang genoeg doorstaan om op een verrassende tijd voor het Krabbersgat aan te komen. Vast op de finishlijn Op het finishschip, waar men door de nevel volledig in onzekerheid verkeert over het verloop van de wedstrijd, worden de eerste schepen die in de verte uit de nevel verschijnen direct met de kijker gespot en neemt het klipperherkenningsspel verwoede vormen aan.De Willem Jacob voert de troepen aan. Daarachter is nu vaag de Strijd zichtbaar. De Willem Jacob ligt over stuurboord en kan niet hoog genoeg sturen om het Krabbersgat in één keer te bezeilen. Als hij overstag gaat, doemt opeens de Nooit Volmaeckt op. Die heeft het Krabbersgat iets overzeild, en kan nu door een wat lagere koers veel meer vaart maken. Niettemin is de Willem Jacob vijf minuten eerder aan de ingang van het Krabbersgat. Tsjerk Hesling Hoekstra heeft echter in zijn drang om eerste te worden krap gerekend, en moet nog behoorlijk knijpen om het Krabbersgat in te komen, op weg naar het vuurtje voor de Compagnieshaven. Vlak langs de strekdam kruipt hij in de zwakke wind omhoog. De mannen op het finishschip staan al met de hand aan de hoorn, als op de Willem Jacob opeens het zwaard omhoog loopt. De kleine ondiepte aan het begin van het Krabbersgat, die daar al jaren zeer geniepig ligt te zijn, eist weer eens zijn tol. De Willem Jacob valt stil en zakt dan met de kop naar de lager wal, tegen de strekdam aan. Met een vaarboom en een dregankertje probeert de bemanning het schip weer op en dan door de wind te krijgen. De Nooit Volmaeckt profiteert echter groots van de pech van de Willem Jacob, en gaat met de eer strijken in de B-klasse, om ruim tien over drie, met een gezeilde tijd van vijf uur en tien minuten. De Willem Jacob slaagt er vijf minuten later pas in om de finish reglementair over te zeilen. Elf minuten later, om bijna half drie, is ook de Strijd binnen, op minder dan een halve minuut gevolgd door de Onrust. Dan volgt er lang niets. Reglement tegen palaver Groot is de verrassing als daarna de Elegant als eerste uit de verte opdoemt. Hoewel dit schip hoog in de rating zit, had niemand verwacht dat het als eerste zou kunnen eindigen. Wanneer het schip is gefinisht, wordt dan ook al snel over de marifoon gevraagd welke baan er gevaren is. "De korte baan" is het antwoord, "Zoals vanochtend op het palaver afgesproken." Dit antwoord brengt de wedstrijdcommissie enigszins in verwarring: er is toch duidelijk over de marifoon medegedeeld dat de A-klasse de lange baan moest varen. Gatse van der Velde beroept zich echter op het reglement, waarin niet expliciet vermeld staat dat zulke mededelingen boven de mededelingen op het ochtendpalaver gaan. Het wedstrijdcomitië besluit daarop tegen de Elegant te protesteren. Ondertussen komen er meer schepen uit de mist. Als eerste finisht nu de kleine eenmastklipper Spes van Hans Tekstra, die een prima wedstrijd gevaren heeft via Stavoren en Medemblik. De Nil Desperandum eindigt als de eerste driemaster in de B-klasse. Er komt nu weer een heel klein beetje wind. In de verte doemt nu als eerste de steilsteven Daedalus op, gevolgd door de Waterwolf en de Hoge Wier. De eenmasters zijn duidelijk in het voordeel. De Waterwolf ligt tweede achter de Daedalus, maar omdat hij nog een keer overstag moet, verliest hij uiteindelijk zoveel terrein dat de Hoge Wier hem voorbij loopt. Ook de Najde van Hans Vlasbloem profiteert van de iets oplopende wind en kruipt prachtig knijpend de resterende meters naar de finish weg. De Waterwolf heeft nu echter voldoende hoogte gewonnen om met de weinige wind die er is iets lager te sturen, zodat hij snel inloopt op de Najade en met een neuslengte voorsprong als derde finisht. De Daedalus wint daarmee verrassend de Driestedenrace in de A-klasse met een gezeilde tijd van 6 uur, 23 minuten en 9 seconden. Zwemmer Het bankje bij de strekdam aan de lage kant van het Krabbersgat eist vervolgens nog een paar slachtoffers. Nirwana en Johanna Engelina redden het niet en moeten de motor gebruiken om weg te komen, hetgeen hen buiten de wedstrijd plaatst. Ook de Hoop Doet Leven verdaagt op de strekdam, maar op deze tweemaster geeft men het niet zo snel op. Wietse Veldman stuurt een mannetje met een jaaglijn de dijk op, terwijl de rest van de bemanning met vaarbomen het schip van de wal duwt. Dat gaat iets te enthousiast, en juist als het schip door de wind valt, pakt het een vlaagje wind. De onfortuinlijke jager op de strekdam laat zijn schip echter niet gaan. Snel schiet hij uit de kleren en waadt door het borsthoge water naar het schip, waar hij met vereende krachten weer aan boord getrokken wordt. De Hoop Doet Leven krijgt al snel weer wat vaart, maar moet toch een aantal schepen voor laten gaan, waaronder de La Bohème, die zich met Bree Sant, Vliegende Draeck en Eensgezindheid uit het windwak bij Urk heeft weten te bevrijden. De zwemmersactie levert de Hoop Doet Leven niettemin de aanmoedigingsprijs op. Voor de protestcommissie vormt de kwestie tussen het wedstrijdcomité en de Elegant nog een interessante uitdaging, die tenslotte in een voor beide partijen aanvaardbaar compromis uitmondt. Het lijkt Van der Velde blijkbaar toch niet zo aantrekkelijk om met de prijs te gaan strijken door een wat slordig geformuleerd zinnetje in het wedstrijdreglement, terwijl al zijn collega's gewoon voor de eer de lange baan op zijn gegaan. Na herberekening van zijn tijd neemt Van der Velde genoegen met een zesde plaats in de A-klasse. De schippersvergadering besluit die avond nog het reglement aan te passen om toekomstige problemen te voorkomen. Olympische Baan De volgende ochtend is de nevel opgetrokken, maar ook de wind is weg. De olympische baan wordt er door het wedstrijdcomité dan ook met enige vertraging in gelegd. Als de startprocedure begint staat er weliswaar een aasje wind, maar de klippers schuiven maar erg langzaam over de startlijn. De Spes, gisteren nog vijfde in de B-klasse, haalt de bakboordsjoon van de startlijn niet en besluit een rondje te maken. Een uur later is hij eindelijk gestart. De Vriendentrouw start mooi hoog aan de weinige wind onder het startschip, als de Zwarte Bonsem op een iets lagere koers probeert in te dringen. Onno van Lieshout maakt even ruimte, waardoor Bob Fransen zonder problemen in het gat tussen de Vriendentrouw en de stuurboordsjoon kan duiken, maar besluit dan dat dit toch wel te gek is en begint een voorzichtig loefduel. Even later liggen beide klippers met klapperende voorzeilen in de blakte te verlijeren, waarop Jan Brouwer met de Bree Sant zijn kans schoon ziet en ook bovenlangs probeert te komen. Dat lukt hem echter niet, zodat er even later drie klippers naast elkaar in de wind liggen. Bob Fransen is als eeerste weg, maar de Vriendentrouw en de Bree Sant liggen nog lang op de startlijn. Lytste Hylke, die perfect vóór de lijn op de wind blijft balanceren tot het startschot gegeven wordt, sterft in schoonheid als boven hem de Strijd en de Kaat Mossel weliswaar later, maar wel sneller over de lijn gaan, om daarna snel de ruimte over stuurboord op te zoeken. Het mag allemaal niet baten. Als anderhalf uur later nog steeds geen enkel schip de bovenboei bereikt heeft, besluit de wedstrijdleiding de wedstrijd af te blazen. Vijf minuten nadat alle klippers tergend traag hun koers naar de haven verlegd hebben, steekt alsnog de wind op. Prijzen:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||